Motoronderhoud zelf doen in 9 stappen

Motoronderhoud zelf doen bespaart je niet alleen geld, het geeft je ook meteen een beter zicht op de staat van je motor. In deze gids nemen we je mee doorheen 9 klussen die je met basisgereedschap en een beetje geduld perfect zelf kan uitvoeren.

5

Tijdens je rit valt je oog even op je km-stand en alas, er gaat spontaan een onderhoudslampje branden in de hersenpan. Je herinnert je namelijk de interval en stelt vast dat de tijd voor het verversen van filters en vloeistoffen is gekomen, samen met nog een aantal andere taken die ervoor zorgen dat je machine blijft presteren.

Dat inwendige onderhoudslampje kent enkele variaties, allemaal afhankelijk van welke hersenpan het in oplicht. Zo zijn er motorrijders die onmiddellijk koud zweet krijgen, niks fout willen (of durven) doen en bijgevolg sneller bij hun dealer staan dan een Marquez of Martin over de finish scheurt.

Maar er zijn ook motorrijders die zich al een aantal keer bedachten: kan ik dit zelf niet?

Dit artikel is voor dat laatste type motorrijder, want ja, je kan dit zelf. Met de nuance dat je beschikt over de nodige tools, wat basis technisch inzicht en zowel een linker- als een rechterhand. Zelfkennis is tenslotte het begin van alle wijsheid en voorkomen nog steeds beter dan genezen.

Man thinking while cleaning helmet © Garin Chadwick
© Garin Chadwick

Rechtstreeks naar een onderdeel:

Voorbereiding: wat heb je nodig?

Je hebt geen duizend-delige gereedschapskist nodig om je motor een onderhoud te geven, een basis doppenset, enkele sleutels (en de toolkit die bij je motor zit) zijn vaak voldoende, al zijn sommige tools wel aangeraden om jezelf tijd en vooral veel geklungel te besparen.

BGS toolset
BGS Toolset

We lijsten de ‘bare essentials’ even voor je op:

Deze handige opvangbak past perfect onder een motorfiets en is onmisbaar bij een olie- of koelvloeistofwissel.

Bike-lift universele, demonteerbare, standaard paddockstand voor het achterwiel.

Met bovenstaand gereedschap speel je het meeste zonder problemen klaar, maar uit ervaring: een bout kan soms héél vast zitten en maakt van een five-minute-job snel een five-hour-ordeal. Wie dus net zoals ik graag goed voorbereid is en liever niets aan het toeval overlaat, kan z’n uitrusting nog aanvullen met deze gereedschappen:

1 De meeste motormerken gebruiken de metrische standaard. Rijd je met iets Brits of Amerikaans? Dan is de kans groot dat ze de imperiale standaard gebruiken.

2 Vooral relevant als je een BMW, KTM, Husqvarna, of een recente Ducati of Triumph rijdt: deze merken gebruiken vaker Torx-bouten dan de klassieke inbus- of kruiskopschroef.

3 Motoren van Japanse merken gebruiken geen gewone kruisschroeven, maar Japanese Industrial Standard schroeven. Je kan ze herkennen aan de puntslag naast het kruis. Gebruik bij voorkeur een JIS-schroevendraaier om deze te lossen of aan te spannen, zo voorkom je kapotgedraaide schroeven en bespaar je jezelf heel wat koppijn, nu of bij je volgende onderhoud.

© Muc-Off Motorcycle Cleaner
Muc-Off Motorcycle Cleaner

Voorbereiding: een propere motor houdt geen geheimen

Voor we beginnen sleutelen is het aangeraden om je motor even te wassen. Goed onderhoud begint namelijk niet bij de eerste bout, maar bij een goede poets. Vuil en aangekoekt vet verbergen precies de dingen die je wil zien: een beginnend olielek langs een pakking, een barstje in een rubberen slang of corrosie rondom een bout. Een vuile motor zal dat minder snel prijsgeven, waardoor je het misschien te laat ontdekt, met meer werk als resultaat.

Maar er is ook een minder technische reden: sleutelen aan een propere machine is gewoon aangenamer dan met je handen in maanden oud opgehoopt vuil te zitten.

Laat de motor volledig drogen voor je aan olie, filters of remmen begint te werken. Water en mechaniek gaan niet goed samen. Een compressor of bladblazer werkt trouwens heel goed om water uit je schakelaarbehuizing, koelvinnen of moeilijk bereikbare delen te krijgen.

S100 Moto Wash 5L

MUC-OFF Motorcycle Essentials Kit

Olie en filter vervangen

De olie aflaten

Voor we de olie verversen is het aangeraden om de motor eerst op te warmen. Warme olie stroomt vlotter weg en neemt meer vuil mee dan koude olie. Een kwartiertje rond de buurt volstaat om de motor op bedrijfstemperatuur te brengen.

Zet je motor op een plek met voldoende werkruimte rondom en plaats hem indien mogelijk op z’n middenstandaard. Heb je geen middenstandaard, dan is een paddockstond een uitstekend alternatief. Een montagebrug met klem is nog beter, maar dat rekenen we niet bij standaard uitrusting.

Aan de onderkant van je motor zal je een aftapbout vinden, plaats de olieopvangbak onder deze bout. Als je motor voorzien is van carterbescherming / skidplate, kan het zijn dat je deze eerst moet demonteren.

Draai vervolgens de aftapbout los en laat de olie volledig uit het blok lopen. We raden aan om de aftapbout met de hand los te draaien zodat deze niet per ongeluk in de opvangbak terecht komt. Kuis de bout af met een vod en wat remreiniger en verwijder de koperen sluitring, deze gaan we vervangen.

Als alle olie uit het blok is gaan we een nieuwe koperen sluitring op onze aftapbout plaatsen en vervolgens de bout opnieuw monteren in het blok. Draai een bout altijd eerst handvast alvorens ze op het juiste aanhaalkoppel te zetten met een momentsleutel, zo voorkom je dat je de draad kapot trekt. Gok nooit naar aanhaalkoppels, maar raadpleeg het werkplaatshandboek of gebruiksaanwijzing om de juiste waarde te weten. Kuis vervolgens het oppervlak rond de aftapbout af met remreiniger. Je zou de eerste niet zijn die op zoek gaat naar een olielek dat niet bestaat.

Geen werkplaatshandboek meer in huis? Bij recente motoren krijg je vaak enkel een kort instructieboekje mee met de onderhoudsintervallen, en bij tweedehands motoren is het handboek geregeld zoek geraakt bij een vorige eigenaar. Een Haynes- of Clymer-onderhoudsboek voor jouw specifieke model is dan een prima alternatief, met dezelfde specificaties.

De oliefilter vervangen

Vervolgens gaan we de oliefilter vervangen, want propere olie door een vuile filter jagen is net hetzelfde als je wassen en geen verse onderbroek aandoen.

Een oliefilter vind je doorgaans aan de onder-, zij- of voorkant van het motorblok, dit kan variëren door de leeftijd en het soort motor.

Afhankelijk van het type heb je hier mogelijk een (universele) oliefiltersleutel bij nodig: sommige motoren hebben een losse filter die in een behuizing zit, andere een bolt-on filter die je met deze sleutel losdraait. Heeft je filter een zeskantige moer aan de onderzijde, zoals bij K&N, dan kan je in plaats daarvan ook gewoon een gewone dop- of ringsleutel gebruiken. Draai de oude filter los en laat de resterende olie mee uitlekken in de opvangbak.

Controleer of de o-ring van de oude filter is meegekomen, deze durft soms plakken aan het blok. Verwijder de achtergebleven o-ring desnoods met een plastic schrapertje. Gebruik nooit metaal om vuil of residu te verwijderen van je motorblok, schroevendraaiers en priemen zijn doorgaans harder dan het aluminium van je motorblok, waardoor je snel oneffenheden achterlaat in het afdichtingsvlak, met kans op lekkage als gevolg.

Terwijl de resterende olie uit het blok loopt, gaan we de nieuwe filter prepareren. Laat je niet vangen door de raad om je filter eerst te vullen met olie voor je deze plaatst, dit is niet nodig. Een oliepomp bouwt binnen een fractie van een seconde genoeg druk op om bij het starten van de motor de filter onmiddellijk te vullen. Het bespaart je trouwens ook een vuile boel.

Wat je wel moet doen, is de nieuwe o-ring voorzien van een dun laagje olie, dit zorgt namelijk voor een betere afdichting en bespaart je bij de volgende wissel een gevecht met een oliefilter die muurvast zit. Plaats de o-ring zorgvuldig en met aandacht voor eventuele scheurtjes.

Draai vervolgens de nieuwe filter, of behuizing met filter, handvast in het blok. Bij de veel motoren is hier geen aanhaalkoppel voor voorzien, maar raadpleeg alsnog het werkplaatshandboek om zeker te zijn. Niets gespecificeerd? Een goede vuistregel is: handvast zetten + een kwartslag.

K&N oliefilters zijn ontworpen voor ultieme flow met minder drukverlies en behoud van een uitstekende filtratie.

Hiflofiltro is behalve een tongbreker ook de meest complete producent van aftermarket-oliefilters.

De olie verversen

Nieuwe filter zit erin, net als je aftapbout? Dan gaan we nu de olie verversen. Vul het motorblok met verse olie via de vulopening tot op het juiste pijl. De werkplaatshandleiding van je motor zal aangeven welke hoeveelheid olie er moet worden toegevoegd.

Het makkelijkste is om de correcte hoeveelheid olie af te meten in een kannetje, zo ben je zeker dat er niet te veel olie in zit. Sommige motoren hebben ook een kijkglaasje met aanduiding van het gewenste peil.

Geen kannetje of kijkglaasje beschikbaar? Dan gaan we de olie in stapjes bijvullen en tussentijds het peil controleren met de dipstick. Raadpleeg je werkplaatshandboek om te weten hoe je het oliepeil correct afleest. Sommige motoren moeten op een middenstandaard staan en laten de dipstick uitgedraaid op de rand van de vulopening rusten om het peil af te lezen. Andere merken draaien de dipstick dan weer volledig in. De enige waarheid voor jouw motor, vind je in het werkplaatshandboek!

Start na het bijvullen de motor en laat deze even stationair draaien. Controleer ondertussen de plaats van de oliefilter en aftapbout op eventuele lekkage. Zet vervolgens je motor opnieuw uit, laat de olie even zakken controleer opnieuw het pijl via het kijkglaasje of de dipstick, vul indien nodig nog wat bij

Het duurt een aantal minuutjes voor alle olie naar de oliepan is gezakt, geef de olie voldoende tijd om te zakken, zodat je niet gaat overvullen. Neem dat risico serieus: een scheutje bijvullen is zo gedaan, maar een overschot er weer uitkrijgen is een lastig en vuil klusje.

Gebruikte olie hoort niet bij het gewone afval: wees verantwoordelijk en breng ze naar het recyclagepark.

Synthetische viertakt-motorolie met estertechnologie voor 4-takt motorfietsen.

Semi-Synthetische motorolie zonder friction modifiers, voor 4-takt motorfietsen.

Luchtfilter verversen

De volgende stap in het onderhoud is wat minder ingrijpend, maar daarom niet minder belangrijk. Je motor ademt duizenden liters lucht per rit, en al die lucht passeert eerst door de luchtfilter. Een verstopte filter beperkt het debiet en verstoort het mengsel waardoor je motor minder goed gaat presteren.

Net zoals de oliefilter, kent de luchtfilter verschillende plaatsen. Doorgaans vind je deze onder de tank, onder het zadel of achter een zijkuip.

Demonteer de tank of kuipdelen om toegang te krijgen tot de filterbak. Deze is meestal afgedicht met schroeven of een klem. Neem de filter er voorzichtig uit en controleer de binnenkant van de filterbak op vuil en gruis. Stof, blaadjes of zelfs een muizennestje zijn geen uitzondering bij motoren die al enige tijd stil staan, dus geen paniek. Reinig vervolgens de bak met een vochtige doek en/of perslucht. Let op dat je geen vuiligheid dieper in de motor blaast.

K&N Air Filter
K&N Air Filter

Papieren filter of katoenfilter?

De meeste motoren gebruiken een papieren filter: goedkoop, simpel, en gewoon te vervangen zodra hij vuil is. Maar er bestaan ook katoenfilters van K&N, een herbruikbaar alternatief dat je telkens weer reinigt en inolie in plaats van weg te gooien. Welk type in jouw motor past, bepaalt het merk en model van je motor, niet je eigen voorkeur.

Sommige cross- en offroadmotoren komen dan weer af fabriek met een schuimfilter. Die werkt volgens hetzelfde principe als een katoenfilter: ook een schuimfilter kan je reinigen en na het drogen opnieuw inoliën, met dezelfde stappen als hieronder.

Heb je een katoen- of schuimfilter?

Dan wil je deze eerst reinigen voor je hem terug plaatst. Was de filter zorgvuldig uit in warm water met zeep of met een gespecialiseerd filter reinigingsmiddel. Laat hem vervolgens volledig uitdrogen en behandel deze daarna met luchtfilterolie.

Wring de filter NIET uit, dit kan de verlijming of het materiaal beschadigen!

Heb je een papieren filter?

Dan kan je de oude filter gewoon wegwerpen, reinigen heeft geen zin, vervangen is de regel.

Plaatst de nieuwe of gereinigde filter terug in de filterbak, erop lettend dat de afdichtrand overal goed aansluit. Sluit vervolgens de filterbak en monteer de kuipdelen of tank opnieuw op de motor.

Ontworpen om het vermogen en de acceleratie te verhogen, terwijl ze een uitstekende filtratie voorzien.

Hiflofiltro is behalve een tongbreker ook de meest complete producent van aftermarket-luchtfilters.

Koelvloeistof vervangen en ontluchten

In tegenstelling tot de vorige stappen hoort deze niet bij elke onderhoudsbeurt thuis. Koelvloeistof vervang je in principe om de 2 jaar of om de 50.000 km, wat zich het eerst voordoet. Rijd je met een luchtgekoelde motor? Dan mag je deze stap vanzelfsprekend overslaan.

Koelvloeistof doet meer dan enkel de temperatuur op punt houden. Ze beschermt het volledige systeem van binnenuit tegen corrosie. Die bescherming bouwt geleidelijk af naarmate de vloeistof ouder wordt, ook als het niveau zelf perfect in orde blijft.

Open een koelsysteem nooit terwijl de motor warm is. Het systeem staat onder druk, en de vloeistof die eruit spuit is heet genoeg om ernstige brandwonden te veroorzaken. Laat de motor volledig afkoelen. Draag ook altijd handschoenen en vermijd contact met de huid, glycol: het hoofdbestanddeel van koelvloeistof, is een giftig goedje.

Motul Motocool Factory Line is koelvloeistof aanbevolen voor racegebruik.

Eurol koelvloeistof voor gebruik in koelsystemen van vloeistofgekoelde motoren.

Aftappen

Zet een opvang onder het aftappunt, waar dit precies zit kan je terugvinden in het werkplaatshandboek. Doorgaans is dit een bout onderaan de radiator of de onderste radiatorslang.

Open de dop van de radiator of het expansievat om het aftappen te versnellen, laat de oude koelvloeistof volledig weglopen. Is de oude koelvloeistof sterk verkleurd, troebel of merk je roestdeeltjes op? Spoel het systeem dan door met schoon water.

Vullen

Nadat alle koelvloeistof uit het systeem is gelopen gaan we het opnieuw vullen. Draai het aftappunt weer dicht en start met het vullen van het lager gelegen expansievat. Vul dit tot aan de minimum aantekening. Vul daarna de radiator tot dat deze volledig vol zit. Sluit de radiatordop.

Ontluchten

Deze stap wordt het vaakst overgeslagen of vergeten, maar is net héél belangrijk. Een luchtbel die vast zit in het systeem kan lokaal oververhitten en in een worst-case-scenario kan je koppakking doen scheuren.

Motul Motorcycle Oil
Motul Motorcycle Oil

Zet je motor op z’n middenstandaard of ga er indien nodig op gaan zitten zodat deze recht staat. Verwijder opnieuw de dop van je radiator, start de motor en laat deze stationair draaien. Knijp voorzichtig een paar keer in de onderste radiatorslang of geef deze een paar lichte tikken zodat de vastzittende lucht naar boven kan ontsnappen.

Vul de koelvloeistof bij via de radiator van zodra het niveau begint te zakken, dit is een indicatie dat lucht ontsnapt. Blijft het niveau op peil? Dan is de lucht er uit. Sluit de dop pas als het niveau stabiel blijft.

Raadpleeg altijd het werkplaatshandboek om te weten welke koelvloeistof geschikt is voor je motor. Gebruik nooit gewoon kraantjeswater ter vervanging van echte koelvloeistof!

Afronden

Nadat alle onderhoudswerken zijn uitgevoerd is het aangeraden om een korte rit te maken met de motor om alles te controleren. Wanneer de motor na deze rit is afgekoeld, is het aangeraden om het koelvloeistofpeil nogmaals te controleren. Bij een koelsysteem kan het niveau na de eerste rit nog lichtjes zakken doordat de laatste luchtbelletjes hun weg naar buiten vinden.

Ketting reinigen, spannen en smeren 

Over kettingonderhoud circuleren behoorlijk wat mythes. Zo zijn er motorrijders die zweren dat je een ketting enkel moet aanspannen en niet hoeft te smeren, met als redenering dat een laagje vuil als een soort barrière tegen roestvorming werkt.

Wij volgen liever het advies dat elke fabrikant je zelf ook zou geven: tijdig smeren, de spanning om de 1000 km controleren, en de ketting van tijd tot tijd grondig reinigen wanneer dat nodig is. Vuil is geen bescherming, maar net de plek waar vocht zich verzamelt en slijtage begint.

Stap 01: inspecteren voor je reinigt 

De makkelijkste manier om je ketting te controleren, is om je motor op een middenstandaard te plaatsen. Heeft je motor enkel een zijstandaard? Dan is een paddockstand een goed alternatief.

Zoals bij de meeste onderhoudswerken, raden we aan om eerst een visuele check te doen: controleer je ketting op roest of vastgelopen schakels en overmatige slijtage aan de tandwielen.

Na verloop van tijd slijt niet alleen je ketting, maar ook je tandwielen. Een goede methode om dit te controleren is de trektest. Je neemt je ketting tussen duim en wijsvinger vast in het midden van het achterste tandwiel, op de horizontale lijn van de wielas en probeert om deze van het tandwiel naar achteren los te trekken.

Komt de ketting enkele millimeters los van het tandwiel? Dan is het tijd om de set te vervangen. Ketting en tandwielen worden altijd samen vervangen, ook al is de ene versleten en de andere niet. De reden hiervoor is dat beide elementen op elkaar moeten inslijten.

Naast slijtage is het ook belangrijk om de kettingspanning zelf regelmatig te controleren. Hoe je dat precies doet, verschilt van motor tot motor. Bij de meeste motoren beweeg je het onderste stuk van de ketting, halverwege tussen de tandwielen, op en neer en meet je de speling. Bij sommige motoren meet je de spanning dan weer bovenaan, vanaf een vast referentiepunt. Raadpleeg je werkplaatshandboek voor de juiste methode en de toegestane speling voor jouw model. Op veel motoren vind je die waarde ook meteen terug op een sticker op de achterbrug (swingarm).

Correct aanspannen doe je in enkele stappen. Zet je motor op de middenstandaard of een paddockstand, zodat het achterwiel vrij hangt en je het gemakkelijk kan ronddraaien. Zoek het midden van de ketting tussen het voor- en achtertandwiel: dat is het punt waar je de speling meet, niet ergens willekeurig langs de ketting. Duw de ketting op dat punt eerst omhoog tot ze niet verder kan, en dan omlaag tot ze opnieuw niet verder kan. Het verschil tussen die twee standen is je speling.

Valt die speling buiten de marge uit je werkplaatshandboek? Draai dan de asmoer van het achterwiel net los genoeg om de stelbouten aan beide kanten van de swingarm te kunnen verdraaien. Draai beide stelbouten in gelijke stappen bij: een halve slag meer aan één kant dan aan de andere, en je rijdt met een scheef wiel verder. Gebruik de uitlijningsmarkeringen op de swingarm om dat te vermijden. Meet de speling opnieuw op hetzelfde punt tot ze binnen de juiste marge valt, en zet dan de asmoer vast met het correcte aanhaalkoppel.

Stap 02: de ketting reinigen

Spuit de ketting in met kettingreiniger en borstel na met een kettingborstel terwijl je het wiel doordraait. Werk goed tussen de schakels en rond de tandwielen, daar zit het hardnekkigste vuil. Spuit de ketting opnieuw in met kettingreiniger en kuis daarna goed af met een vod. Laat vervolgens een vijftal minuten drogen.

De S100 kettingonderhoudskit bevat alles wat je nodig hebt om je motorketting schoon te houden en te smeren.

Deze kettingspray heeft het hoogste draagvermogen, uitstekende kruip- en smeerwerking en is volledig synthetisch, extreem hechtend en waterafstotend.

Stap 03: ketting op spanning zetten

Draai de asmoer van het achterwiel los, net genoeg om de stelbouten aan beide kanten van de swingarm te kunnen verdraaien. Gebruik die stelbouten om de ketting op spanning te brengen, en draai beide kanten gelijkmatig. De uitlijning markeringen op de swingarm zijn hierbij je referentie om het wiel recht te houden: verwaarloos je dit, dan rijd je met een scheef wiel verder, ook al voelt de ketting op zich goed gespannen.

Controleer de speling zoals eerder beschreven en vergelijk met de specificatie in je werkplaatshandboek. Zodra de spanning klopt, draai je de asmoer aan met het juiste aanhaalkoppel. Controleer de speling nog een laatste keer na het vastzetten, die kan nog lichtjes verschuiven bij het aanspannen.

Close-up van een motorfiets ketting en tandwiel met zwarte en gouden schakels.

Stap 04: smeren

Nu de ketting proper, gemonteerd en correct gespannen is, rest enkel nog het smeren. Smeer je ketting altijd met kettingvet, niet met motor- of kruipolie. Kettingvet is namelijk speciaal ontwikkeld om te blijven hechten bij extreme druk en hoge omwentelingssnelheden.

Breng het smeermiddel aan op de binnenzijde van de ketting, tussen de rollen en de schakels, niet aan de buitenzijde. Een dunne, gelijkmatige laag volstaat om je ketting en tandwielen van de nodige smering te voorzien.

Laat het smeermiddel 10 tot 15 minuten intrekken voor je verdergaat. Veeg tot slot de buitenkant van de ketting af met een vod, dit voorkomt dat het overtollige smeermiddel de ganse boel gaat vervuilen na vijf ritten.

Cardanolie verversen

In tegenstelling tot een ketting vraagt een cardanaandrijving nauwelijks onderhoud. Nauwelijks is alleen niet hetzelfde als nooit.

In het cardanhuis zit een haakse overbrenging: een klein pionwiel dat in een groter kroonwiel grijpt om de draairichting van de aandrijfas naar het achterwiel om te zetten. Die twee tandwielen draaien in een verrassend kleine hoeveelheid olie, vaak niet meer dan een kwart liter

Close-up van een motorfiets waarbij olie uit de motor lekt in een opvangbak, met de achterband en remschijf zichtbaar.

Aftappen

Zoek de aftapbout op het cardanhuis. Zet een opvangbak eronder en laat de oude olie volledig weglopen.

Let bij het aftappen even op de olie zelf. Metaalglinstering of een merkbaar metaalgevoel tussen je vingers is een teken van slijtage aan de tandwielen binnenin. Een klein beetje is normaal na jaren rijden, veel metaal is een signaal om verder te laten nakijken voor je verdergaat.

Vullen

Draai de aftapbout terug in en vul de cardan via de vulopening met de voorgeschreven olie tot op het juiste peil. Sommige motoren hebben een aparte peilbout naast de vulopening, andere gebruiken dezelfde opening voor beide. Vaak is de richtlijn om je cardanolie bij te vullen tot deze qua niveau gelijk staat met de schroefdraad van de aftapbout.

Universele transmissieolie die zowel in versnellingsbakken als in eindaandrijvingen ingezet kan worden.

Hoe vaak?

De enige waarheid voor jouw motor vind je terug in het werkplaatshandboek. De meeste fabrikanten geven 40.000km of elke 2 jaar mee als richtlijn voor het verversen van de olie.

Close-up van het voorwiel van een motorfiets met een schijfrem en Brembo-remcaliper.

Remmen reinigen en eventueel vervangen (schijven en blokken) 

Van alles in deze gids is dit het punt waar je het minst mag afknijpen. Je remmen zijn het enige onderdeel van je motor dat op het juiste moment moet werken, zonder uitzondering.

Wanneer zijn je remblokken versleten?

De meeste remblokken hebben een slijtage-indicatorgroef. Hoe minder zichtbaar die groef nog is, hoe verder de blok versleten is. Je ziet dit door met een lampje langs de remschijf in de remklauw te kijken. Heeft je blok geen zichtbare groef, dan geldt de vuistregel: vervang zodra er minder dan 2 mm wrijvingsmateriaal overblijft.

Close-up van een versleten remblok met een metalen basis en een ruw oppervlak, naast een remschijf.

Organisch of gesinterd?

Bij vervanging kies je meestal tussen twee types. Organische remblokken zijn opgebouwd uit een hittebestendig hars dat uithardt bij remtemperaturen, wat stillere en zachtere remmen geeft. Ze komen het meest voor op wegmotoren. Gesinterde remblokken bestaan uit samengeperst metaalpoeder en bieden meer bijtkracht bij intensief gebruik, met als keerzijde dat ze minder warmte afvoeren en je schijven sneller opwarmen. Combineer gesinterde blokken daarom bij voorkeur met een zwevende remschijf, die voorkomt dat de schijf kromtrekt bij oververhitting.

Aftermarket organische remblokken vervaardigd uit hars, voor straat en offroad gebruik.

Aftermarket gesinterde remblokken vervaardigd uit een geperste metalen compound. Uiterst geschikt voor competitief gebruik.

Remklauw demonteren

Verwijder eerst het afdekplaatje van de remklauw, indien aanwezig. Zitten je remblokken vast met een schroefpen, draai die dan los voor je de remklauw demonteert. Zitten ze vast met een borgclip, dan kan dit later.

Maak enkele referentiefoto’s voor je verder demonteert, zodat je later niet moet gokken hoe alles terug moet.

Knijp de remhendel niet meer in zodra de remklauw los ligt. Zonder de blokken als tegendruk kan je de zuigers zo uit de klauw duwen, dat is een vervelende verrassing. Remolie is ook enorm corrosief en tast koets- en lakwerk aan indien het niet direct wordt opgeruimd.

Grondig reinigen

Maak je remklauw los en verwijder de borgclip van de pen die de blokken op hun plek houdt. Haal de oude blokken eruit. Reinig vervolgens de remklauw en de schijf met remreiniger. Let op dat je dezelfde vod gebruikt als voor je ketting, gebruik bij voorkeur een propere vod. Werk de schijf eventueel na met een fijne schuurpad om laatste vuilresten te verwijderen. Dit kan geen kwaad, maar polijsten hoeft ook niet.

Besteed extra aandacht aan de zuigers: poets de rand netjes op met een oude tandenborstel of fijne borstel, zodat er geen vuil in de rubberen afdichtring terechtkomt. Dat vuil is namelijk de meest voorkomende oorzaak van een lekkende zuiger op termijn. Hardnekkige aanslag kan je eventueel ook verwijderen met een bankkaart die je in een vorm knipt. Een tip uit eigen huis.

Zie je beschadiging aan de zuigers of een lekkende afdichtring? Dan volstaat een blokwissel niet en is vervanging van die onderdelen nodig.

Zuigers terugduwen

Duw de zuigers terug in de remklauw met een remzuiger-terugduwtool. Heb je die niet, dan kan het ook door de oude blokken terug te plaatsen en met een platte schroevendraaier de zuigers via die blokken terug te duwen. De oude blokken beschermen zo het oppervlak van de zuigers. Wissel bij het induwen nu en dan van kant om zo gelijkmatig mogelijk druk te zetten.

Zet het deksel van het reservoir open terwijl je de zuigers terugduwt: dat geeft minder weerstand en het terugduwen gaat een pak vlotter. Het terugduwen stuwt de remvloeistof wel omhoog naar het reservoir. Heb je dat recent bijgevuld, dan loopt het mogelijk over. Persoonlijk hang ik altijd een vod rond het reservoir om eventuele overflow op te vangen. Vergeet niet om na het terugduwen, het reservoir opnieuw te sluiten.

Nieuwe blokken plaatsen

Breng een dun laagje keramisch of kopervet aan op de achterkant van de nieuwe blokken, waar ze contact maken met de zuigers, of plak er de bijgeleverde shims op. Dat voorkomt piepende remmen. Zat er op de oude blokken al een metalen shim, dan kan je die reinigen en op de nieuwe blokken klikken, zonder extra vet.

Plaats de blokken in de remklauw, schuif de pen terug en zet de borgclip vast. Monteer het afdekplaatje terug, indien van toepassing.

Vet of olie hoort nooit op de remschijf of op het wrijvingsvlak van een blok terecht te komen. Eén vette vinger is genoeg om je remweg te verpesten.

Remschijven vervangen

Zijn je remschijven zelf aan vervanging toe, door slijtage, diepe krassen of kromtrekken? Dan komt er meer bij kijken dan bij een blokwissel. Om een remschijf te verwijderen, moet het wiel eraf, en bij het achterwiel betekent dat ook de ketting losmaken. Raadpleeg hiervoor je werkplaatshandboek: de juiste volgorde en aanhaalkoppels verschillen sterk per motor. Twijfel je bij al dat bijkomende werk aan jezelf, laat deze klus dan gerust over aan een mechanieker.

Voor het voorwiel is de klus overzichtelijker. Maak het voorwiel los en verwijder het uit de voorvork. Verwijder de bevestigingsbouten van de oude remschijf. Kuis de schroefdraad in het wiel op door er een passende moer overheen te draaien: dat verwijdert vuil en beschadigde windingen uit de groeven. Monteer de nieuwe remschijf en zet de bouten vast op het juiste aanhaalkoppel met schroefborgmiddel. Monteer het wiel opnieuw en zet de centrale as vast op het juiste aanhaalkoppel. Zet de knijpbouten van de voorvork voorlopig enkel handvast, daarover zo meteen meer.

Uit gehard staal vervaardigde remschijven die tot 30% langer mee gaan dan alternatieve after-marketremschijven.

Remklauw monteren

Monteer de remklauw terug op de motor zoals op je referentiefoto en zet vast op het juiste aanhaalkoppel. Breng ook wat schroefdraadborging aan op de bouten, zodat trillingen ze niet lostrillen. Controleer of alles correct gemonteerd zit.

Knijpbouten van de voorvork vastzetten

Voor je aan het inrijden begint, verdienen de knijpbouten van de voorvork nog een laatste aandacht, zeker als je het voorwiel hebt losgemaakt voor een remschijfwissel. Rol de motor een stukje vooruit en knijp een aantal keer stevig in de voorrem. Houd bij de derde keer de voorrem ingeknepen en zet in die positie de knijpbouten vast op het juiste aanhaalkoppel. Zo werkt alles goed op elkaar in voor je alles definitief vastzet, een kleine truc uit eigen ervaring die een hoop speling in de voorvork voorkomt.

Inrijden

Om je remblokken en schijven goed op elkaar in te slijten, is het aangeraden om een kleine sequentie uit te voeren. Trek eerst een vijftal keer op tot 50km/u en rem telkens rustig en gelijkmatig af tot stilstand.

Trek opnieuw een vijftal keer op tot 75km/u en rem op dezelfde manier af tot stilstand.

Trek tenslotte opnieuw een vijftal keer op tot 100km/u en rem telkens wat harder af tot stilstand.

Je zal merken dat na het uitvoeren van deze sequentie je remmen al wat zijn ingesleten en beter bijten. Daarnaast voorkomt het ook dat je nieuwe remschijven gaan ‘glazen’.

Remvloeistof controleren en eventueel vervangen

Remvloeistof is hygroscopisch: ze trekt vocht op uit de lucht. Hoe meer water erin zit, hoe lager het kookpunt, en hoe dichter je bij het moment komt waarop de vloeistof effectief gaat koken onder de hitte van het remmen. Op dat punt vormen zich dampbellen in de leiding, de druk van je hendel wordt niet langer doorgegeven aan je blokken, en je remmen vallen weg. Dit fenomeen heet vapour lock, en het is precies de reden waarom je remvloeistof om de twee jaar vervangt, ook als er nooit een probleem is geweest. Ook een restje remvloeistof uit een fles die je eerder al opende, trekt ondertussen vocht aan: bewaar zo’n aangebroken fles dus niet zomaar voor de volgende keer.

Welke remvloeistof? 

Op het deksel van je remvloeistofreservoir staat vermeld welk type je nodig hebt, ook terug te vinden in je werkplaatshandboek. DOT 3, DOT 4 en DOT 5.1 zijn glycolgebaseerd en niet samendrukbaar. DOT 5 is siliconegebaseerd en wijkt daarvan af: verwar dit nooit met DOT 5.1, en meng het nooit met de andere types. Algemene regel: DOT 4 en DOT 5.1 hebben een hoger kookpunt dan DOT 3.

Op de verpakking van remvloeistof vind je trouwens twee kookpunten: het droge kookpunt (nieuwe, ongebruikte vloeistof) en het natte kookpunt (vloeistof die al vocht heeft opgenomen). Het verschil tussen die twee kan oplopen tot 100°C, en dat verschil is precies waarom vervangen niet optioneel is.

Kwalitatief hoogwaardig medium dat speciaal ontwikkeld is voor hydraulische remsystemen.

Vervangen 

Plaats een doek rond het reservoir aan je stuur om je motor te beschermen, verwijder het deksel en het rubberen membraan eronder zodat de vloeistof vrij kan doorstromen.

Plaats een ringsleutel op de ontluchtingsnippel van de remklauw en sluit daarna een doorzichtig slangetje aan op die nippel. Leid het slangetje eerst omhoog en dan weer naar beneden in een opvangpotje: zo zie je duidelijk de vloeistof stromen en spot je luchtbellen meteen.

Een hand die een gereedschap vasthoudt op de motorfiets, met een zichtbare BMW-logo op de achtergrond.

Knijp de rem in tot je weerstand voelt, en open dan de nippel door de ringsleutel tegen de klok in te draaien. Je voelt de druk op de hendel wegvallen. Draai de nippel weer dicht voor je de hendel loslaat: laat je los terwijl de nippel nog open staat, dan zuig je de oude vloeistof terug naar binnen, en met haar lucht in je systeem.

Herhaal dit tot alle oude vloeistof is doorgespoeld. Bij sterke vervuiling zie je het verschil in het slangetje duidelijk: nieuwe vloeistof is helder, oude vloeistof donker en bruinig. Vul het reservoir tussentijds bij zodra het niveau zakt, zodat er geen lucht wordt aangezogen. Heb je twee remklauwen vooraan, herhaal dan voor de tweede.

Alternatieve methodes bestaan ook: een handpomp die vloeistof uit de klauw zuigt, een massage gun die hardnekkige luchtbellen mee naar boven helpt stuwen, of de leiding volledig loskoppelen en van onderaf met een injectiespuit vullen via de nippel, zodat je luchtbellen meteen naar boven duwt. Deze werken allemaal, maar de methode hierboven vraagt het minste extra gereedschap.

Afronden

Reinig de nippel grondig met remreiniger om resten te verwijderen. Vul het reservoir tot aan het maximum, reinig deksel en membraan, en plaats ze terug. Knijp meermaals in de hendel tot je de juiste druk voelt terugkeren.

Blijven er toch nog kleine luchtbelletjes zitten? Knijp de hendel dan licht in en laat de motor een nacht zo staan, desnoods vastgezet met wat isolatietape of een kabelbinder. De opgebouwde druk perst de belletjes kleiner en helpt ze sneller naar boven in het reservoir.

Oude remvloeistof hoort bij het chemisch afval, breng het naar het recyclagepark.

Batterij controleren

Een kleine uitbreiding op de oorspronkelijke lijst, maar wel eentje die hoort in elke volledige onderhoudsbeurt. Waar een auto zijn batterij continu bijlaadt tijdens het rijden, staat een motor vaker en langer stil, zeker buiten het seizoen. Zonder aandacht loopt een batterij dan gewoon leeg, ongeacht hoe nieuw ze is.

Spanning meten

Meet met een multimeter de rustspanning aan de polen, met het contact uit. Een gezonde batterij zit boven 12,5 V DC. Zit je daar merkbaar onder, dan is opladen aan de orde, ook al start de motor op dit moment nog probleemloos.

Polen reinigen

Zie je wat corrosie? Maak dan de polen van de batterij schoon met een koperborstel of fijn schuurpapier, en behandel ze daarna met dieelektrisch vet om corrosie te voorkomen. Corrosie op de polen is een van de meest onderschatte oorzaken van startproblemen: de batterij zelf is soms perfect in orde, maar de verbinding niet.

Optimate Trickle Charger
Optimate Trickle Charger

Opladen

Gebruik voor het opladen altijd een specifieke druppellader of onderhoudslader voor motorbatterijen, nooit de snelladefunctie van een autolader. Motorbatterijen hebben een kleinere capaciteit en zijn niet gemaakt voor de hoge laadstroom die een auto wel aankan.

De meest complete acculader die je op de markt zal vinden.

Onderhoudsvrije startbatterij

Rijd je weinig, of staat je motor het grootste deel van de winter stil? Sluit de batterij dan aan op een permanente onderhoudslader in plaats van te wachten tot ze leeg is. Diepe ontlading of het volledig leeglopen van de batterij, verkort de levensduur en is bij sommige types onomkeerbaar.

Even opletten bij lithiumbatterijen

Rijd je met een lithium-batterij (LiFePO4) in plaats van een klassieke lood-zuurbatterij? Die is lichter en gaat langer mee, maar is gevoeliger voor koude. Zet bij lage temperaturen eerst een tiental seconden je verlichting aan om de batterij lichtjes op te warmen voor je start.

De ‘OptiMate lithium 0.8A’ is een druppellader voor lithiumbatterijen.

Lithium-Ion startbatterij

Draaipunten en scharnieren smeren

Het laatste punt op de lijst is ook het snelste: de plekken die het meest bewegen, zijn vaak de plekken die het langst vergeten worden.

Welke punten?

Loop volgende punten af: het scharnier van de zijstandaard, de voetsteunen, de pivots van rem- en koppelingshendel, en indien bereikbaar de swingarmlagering. Vergeet ook je gas- en koppelingskabel niet.

Smeren

Breng op de scharnierpunten telkens een klein beetje universeel smeervet of siliconenspray aan, en beweeg het scharnier een paar keer door zijn volledige bewegingsbereik zodat het smeermiddel goed verdeelt. Voor kabels werkt een paar druppels specifieke kabelolie aan het uiteinde het best, dat trekt door de mantel naar binnen.Breng op de scharnierpunten telkens een klein beetje universeel smeervet of siliconenspray aan, en beweeg het scharnier een paar keer door zijn volledige bewegingsbereik zodat het smeermiddel goed verdeelt. Voor kabels werkt een paar druppels specifieke kabelolie aan het uiteinde het best, dat trekt door de mantel naar binnen.

Veeg overtollig smeermiddel altijd weg. Wat blijft zitten, trekt stof en vuil aan, en dat werkt net averechts.

Zit een scharnier stroef of piept het, dan is een beetje kruipolie vaak genoeg om het los te werken voor je met het eigenlijke smeermiddel verdergaat. Kruipolie zelf is geen vervanger voor vet, ze verdampt te snel voor blijvende smering.

Conclusie

Met deze klussen onder de knie sta je verder dan de meeste rijders die hun onderhoud aan de dealer overlaten. Dat onderhoudslampje in je hersenpan gaat trouwens niet uit na deze ene beurt. Het komt gewoon terug, en dat is precies de bedoeling: onderhoud is geen eenmalige krachttoer, maar een gewoonte. Een gewoonte die je motor op zijn beurt terugbetaalt met een soepelere rit en minder onaangename verrassingen langs de kant van de weg.

Plaats een reactie